Jenna en de afnemende kans op genezing

Vrijdag 25 Maart 2011 at 09:17 am


In het RTL-5 programma "Dames in de Dop" bekent de 19-jarige Jenna dat ze zich ooit door twee mannen tegelijk heeft laten nemen. Echt fijn vond ze dat niet. "Dat achterste gaatje is een uitgang en geen ingang", aldus een moeilijk kijkende Jenna.

Mazzel nog dat het programmaconcept "Internistes in de Dop" het nooit heeft gehaald. Dat had absoluut het einde van de zetpil betekend...

Stof tot stof..

Woensdag 02 Maart 2011 at 10:21 am


Begin vorig jaar vertrok mijn broer naar het verre oosten om te sterven. Vorige maand vloog ik hem achterna, samen met zijn dochter en mijn andere broer, omdat de tijd daar was en wij vonden dat hij dat allemaal niet alleen kon. In die daaropvolgende dagen werden nieuwe herinneringen geboren en oude opgehaald en opgepoetst. Er was ruimte voor overpeinzingen, humor, zakelijkheid en emotie. We hadden weinig tijd, maar toch geen haast.

En toen kwamen de mindere dagen, de dagen van pijn en wanhopige berusting. Dagen ook van verwardheid en morfinedromen, waarin ik het bestaan ontkende van een God die zó met z'n afgeschreven schepsels omging. En toen de verlossing kwam, bleek die niet alleen van hem, maar ook van ons.

Toen kwamen de dagen van regelen en rituelen, van vertalingen en bureaucratie. Een week vol tempels, ovens, bizarre maaltijden en onze voortdurende oproepen om vooral foto's te maken om het ongelooflijke te bewijzen. Uiteindelijk voeren we de zee op en vertrouwden zijn as toe aan het diepblauwe water. En alsof hij ons, in een grap die alleen hij had kunnen verzinnen, een laatste omhelzing gunde, legde de plotsklaps draaiende, tropische wind een grijze waas over ons heen.

Van de week, bij het eindelijk opruimen van mijn koffer, vond ik mijn trouwste metgezel uit die dagen terug, een korte broek die tot op dat moment de wasmachine had weten te ontlopen. Als in een opwelling liep ik ermee naar de tuin en sloeg hem uit. Misschien wel in mijn verbeelding meende ik wat stof te zien uitwaaien en afdalen naar mijn tuintegels.

'Welkom thuis broertje', zei ik tegen niemand in het bijzonder. En zowaar, ik bleek toch nog wat tranen over te hebben...