De ene z'n bon, de ander d'r tuin

Maandag 28 Oktober 2013 at 2:05 pm


Het einde van het jaar begint met rasse schreden te naderen, voor ons een mooi moment om weer eens een jaarlijks terugkomend vraagstuk naar boven te halen: komen wij dit jaar wellicht in aanmerking voor een handgeschreven kerstkaart van de directie van het Centraal Justitiëel Incasso Bureau, vanwege onze niet geheel vrijwillige, maar op z'n minst zelf geïnflicteerde bijdrage aan het herstel van de Nederlandse economie?

Op zich heeft die vraag niets met economie te maken, maar met het beteugelen van paardenkrachten. Tot voor een tijdje geleden reden wij in een Franse bolide, met een zee van ruimte en een lekker hoge instap, maar met de airodynamica van een electriciteitshuisje en nauwelijks voldoende PK's om ons voor totale stilstand te behoeden. Onze huidige contraptie is Beiers, laag en plat, en is bovendien uitgerust met een extra standje 'opschieten', waar we al of niet onbewust met enige regelmaat gebruik van maken. Op zich is het dus logisch dat onze overheid sindsdien wat vaker om een geldelijke bijdrage vraagt als we de Beierse koets iets te enthousiast de vrije teugel hebben gelaten.

Omdat het geld ons niet op de rug groeit hebben Mijn Lief en ik een methode uitgevogeld om onze trapreflex op een motiverende, enigszins ludieke, maar wel adequate wijze te beteugelen: bij iedere overtreding waarvoor ik in persoon een acceptgiro krijg toegezonden, mag Mijn Lief voor hetzelfde bedrag iets gaan uitzoeken bij de plaatselijke tuinsuper. Op die wijze zou ik mij vanuit een gevoel van gezonde, relationele competitie gestimuleerd moeten voelen om de spanningen in de rechtervoet wat vaker te laten wegvloeien. Een schitterende theorie, maar vragen over de effectiviteit van het model moet ik steevast beantwoorden met de mededeling dat we tegenwoordig een bijzonder mooie tuin hebben.

En zo geschiedde het onlangs dat ik thuis kwam na een dag van noeste arbeid en Mijn Lief aantrof in de tuin, waar ze net de laatste hand legde aan het ingraven van een struik van welhaast epische afmetingen. Toen ik haar vroeg welke geldboom wij in ruil voor de nieuwe beplanting hadden moeten omhakken, wees zij mij triomfantelijk op een schrijven dat geopend op tafel lag, met daarop het inmiddels vertrouwde CJIB-logo en een geldbedrag dat wees op een kortstondige episode van totale ontremming.

Nou ben ik absoluut niet te beroerd om mijn fouten toe te geven, maar dat moet ik ze me wel kunnen herinneren. En toen ik het epistel wat nader bestudeerde, bleek dat niet het geval te zijn. Sterker nog, verder speurwerk wees uit dat ik op de betreffende datum ergens in den lande op cursus was, met de trein. En dat betekende automatisch dat één van de andere gezinsleden, niet zijnde mijn rijbewijsloze zoon, verantwoordelijk was geweest voor deze overtreding.

Bij het instellen van de regel hebben Mijn Lief en ik afgesproken dat deze in principe eenzijdig was, niet omdat zij geen fouten maakt, maar omdat ik domweg van ons beiden de grootgebruiker ben als het gaat om zowel kilometers als snelheidsoverschrijdingen. Dat betekent dat er aan deze zaak voor mij niets te halen valt, iets waar ik ook helemaal geen problemen mee heb, juist omdat het aantal verkeersovertredingen van Mijn Lief met betrekking tot mijn hobby bepaald geen zoden aan de dijk zet. Oftewel, we trekken de boel recht en laten het erbij.

En die krater in de het midden van onze tuin komt in de komende tijd ook wel weer vol.

Het heft in handen

Vrijdag 25 Oktober 2013 at 09:45 am


Laat ik het maar even scherp neerzetten: ik ben een stalker. Niet van het type dat dagenlang met een lange regenjas voor je deur staat, hijg-sms'jes stuurt of nepbestellingen doet voor pizza's en dildo's. Ik denk dat de term 'bovengemiddelde fixatie voor voorbije contacten' bij benadering het meest dichtbij komt, 'niet los kunnen laten' maar dan nét even anders.

Even een andere insteek: ik heb met meer vrouwen geen seks gehad dan wel. Een zinloze opmerking uiteraard; er zijn momenteel zo'n 7 miljard mensen, waarvan ongeveer de helft van het vrouwelijke geslacht. Zelfs een beginnetje maken binnen de legale leeftijdscategorie zou zo veel tijd kosten dat de huidige wijze van voortplanten vermoedelijk al gauw door de evolutie zou worden achterhaald. Het mag dus duidelijk zijn dat we hier te maken hebben met een relatief getal, en wel als volgt uitgedrukt: van alle vrouwen die ooit vrijwillig of doelbewust in een positie zijn geweest om met mij tussen de lakens te belanden, heeft de meerderheid de daadwerkelijke gemeenschap niet gehaald. Ik heb het dan niet over mijn ziekelijke fantasieën of over de gevallen waarin de desbetreffende dame mijn initiatieven afdeed met een klap in mijn gezicht, een daverende schaterlach of medelijdende blikken, maar over de gevallen waarin twee daadwerkelijk geslachtsdriftige, jonge mensen door het lot van hun lustbeleving werden beroofd.

Ik denk dan even aan Emma (eigenlijk Els, maar ik wil niet te persoonlijk worden), die ik na een feestje achterop de fiets naar huis zou brengen onder de impliciete afspraak dat ik daarna even bij háár achterop mocht, maar die toen bleek dat mijn fiets gestolen was, instapte bij ene Gerard en anderhalf jaar later zijn eerste kind baarde. Ik denk aan Thea, die de koelte van het pleisterwerk in de centrale hal aan haar blote billen voelde en daar gezien de hitte tamelijk opgetogen op reageerde, tot mijn vader bovenaan de trap verscheen om te vragen of ik nog even de hond uit wilde laten. Ik denk aan het weg zien rijden van de laatste trein, de open brug en de blinde chauffeur van de nachtbus, aan plotsklapse periodes, lege condoomautomaten en verzwikte enkels, aan niet passende deursleutels, stervende accu's en de Maglites van politieagenten, aan harige katten, verkeerd vallende drankjes en ziek thuiskomende huisgenotes. Ik denk aan het lot, dat mij vele momenten schonk, maar mij wellicht nog meer momenten afnam.

Ik denk aan het gebrek aan zelfbeschikking in deze momenten, aan het lot dat mij deze kansen ontnam zonder enige mogelijkheid daar zelf iets over te beslissen. En aan de nog steeds toenemende onvrede over wat ik heb misgelopen, en aan de groeiende drang om daar mee af te rekenen.

Mijn strategie is rond, de eerste stappen zijn gezet. Via sociale media als Facebook, Hyves en LinkedIn, spoor ik de betreffende dames, waarvan ik de meeste al vele jaren niet meer gezien heb, op en herstel het contact. Voorzichtig zal ik de banden aanhalen en toewerken naar een daadwerkelijke ontmoeting. Daarna zal ik ze in een situatie positioneren waarin geen andere mogelijkheid bestaat dan het alsnog hebben van geslachtsgemeenschap. En dan, op het moment dat twee zielen op het punt staan alsnog te versmelten, zal ik vriendelijk, maar vastberaden beslissen dat er geen seksueel contact zal plaatsvinden. Daarna zal een afscheid volgen, al of niet gevolgd door onvriending, en het zal goed zijn.

Uiteindelijk zal er dus niets veranderen. Er zullen geen kerfjes in mijn deurpost worden bijgesneden, of plukjes in mijn dagboek worden bijgeplakt, want daar ging het niet om. Maar deze keer zal het steeds mijn eigen beslissing zijn geweest en niet hebben afgehangen van één of ander grillig lot. Ik zal mijn frustraties over gemiste kansen afwerpen en uiteindelijk verder leven met de wetenschap dat ik het lot heb overwonnen en mijn leven heb teruggepakt.

Pas daarna zal ik de kracht hebben om mij te buigen over mijn volgende zwakte: het feit dat veel vrouwen mij veel te vaak weten te overtuigen om zelfs mijn meest vastberaden beslissingen te herzien.

Maar dat is van latere zorg...