Retesnel krikken

Zondag 26 Januari 2014 at 6:29 pm


Afgelopen week was ik een beetje verdrietig. Deze keer eens niet vanwege het afscheid van één of ander vaag krikvriendinnetje of dode broer, geen weemoedig emotionele oprispingen over verloren liefdes of opborrelende jeugdtrauma's, maar vanwege het inruilen van mijn retesnelle, Beierse bolide. Mijn retesnele bolide dus, die mij dagelijks retesnel van A naar B reed. En weer terug. Mijn bolide die sinds enige tijd niet alleen retesnel benzine verbruikte, maar ook allerlei andere vloeistoffen die doorgaans worden geacht een stuk langer mee te gaan. Mijn retesnelle Duitse bolide, die in de afgelopen maanden zo vaak bij de garage stond, dat ik niet alleen een bijna broederlijke band met de sleutelende gebroeders ontwikkelde, maar bovendien ook mijn spaartegoed ineens retesnel zag slinken. En dat betekende dat het tijd was om afscheid te nemen.

Vorige week maakten we de overstap naar een bescheiden koetswerk van Franse komaf, misschien niet retesnel, maar wel nieuwer en vermoedelijk ook een stuk betrouwbaarder. Toen mijn lief en ik over het parkeerterrein van de autodealer naar onze nieuwe aanwinst liepen, zag ik hoe de verkoper in onze oude bolide stapte en deze met een stevige ronk van vele paarden achter het hek zette, waarop mij ineens iets schokkends te binnen schoot: wij hadden in deze auto nog nooit seks gehad!

De meeste persoonlijke tradities komen voort uit iets obsessiefs. Bij mij begon het op enig moment waarin ik in mijn oude, gele Toyota'tje over de A9 zoefde en mijn jonge en toen nog beloftevolle leventje voortijdig in de vangrail dreigde te smoren, onder invloed van een intensieve, mondelinge prikkeling, afkomstig van de jongedame naast mij. Ik vermoed zelf dat de enorme verscheidenheid aan hormonen die op dat moment door mijn lijf raasden de kiem legde voor het dwangmatige idee dat de grootheden 'krikken' en 'automobiel' zich niet in combinatie beperkten tot situaties van pneumatisch ongemak.

In eerste instantie ontaarde dit in de dwangneurose om in iedere auto die ik bestuurde minimaal één keer seks te hebben, hetgeen niet alleen op verzet stuitte bij de eigenaren van deze auto's, maar ook bij een nipte meerderheid van de vrouwelijke passagiers die ik in zo'n situatie vroeg mij daarin te faciliteren. Al gauw noopte dit mij mijn dwangmatigheden te beperken. Allereerst tot auto's die daadwerkelijk in mijn bezit waren, maar ook wist mijn lief mij ervan te overuigen dat het beter was voor onze relatie als ik mij in mijn uitspattingen tot haar persoontje zou weten te beperken.

In de tijden daarop leerden we samen om verscheidenheid te vinden in beperkte situaties en onder beperkte omstandigheden. Onze eerste Golf en eerste BMW tartten met hun krappe koetswerk de soepelheid van onze leden, onze Sierra's gaven ons voornamelijk ruimte in het horizontale vlak en de beide Berlingo's boden ons een ruime laadvloer, hetgeen mij er zelfs toe bracht om te onderzoeken of onze door verhuizing nutteloos geworden loveswing misschien in de bevestigingsunits van het bagagenet een tweede leven tegemoet kon zien. In die jaren brachten wij tevens spanning op de klieren van onder meer een argeloos langslopende hondenbezitter, een tamelijk calvinistische, maar gelukkig niet al te snelle boswachter, diverse geamuseerde politieambtenaren, op z'n minst één geschrokken beveiligingsambtenaar (maar vermoedelijk meer, aannemende dat de camerabeelden daadwerkelijk werden opgenomen) en een touringcar vol bejaarden, die gezien het tijdstip van de dag hopelijk al op de terugreis waren van hun magnetische sokken-uitje.

En daar ligt dus mijn verzet, omdat dit alles niet strookt met het feit dat mijn Beierse bolide, die toch bijna vijf jaar in ons bezit is geweest, nooit ons altaar van lichamelijke liefde heeft mogen zijn. In die zin neem ik ook geen genoegen met de verklaring van mijn lief, die stelt dat het comfortabele, maar niet al te ruimtelijke interieur wellicht een onbewuste drempel opwierp voor spieren en gewrichten die in de loop der jaren strammer en stijver zijn geworden dan de voor het uitvoeren van deze traditie geëigende lichaamsdelen.

Van de week ontdekte ik dat ik de noodsleutel van onze oude bolide nog in mijn bezit heb, zo'n plastic ding waarmee je niet kunt wegrijden omdat de chip voor het uitschakelen van de startonderbreker en het alarm ontbreekt, maar waarmee je wel de portieren en de achterklep kunt openen. De eerste uitdaging is nu om te ontdekken welke sukkel onze bolide momenteel in z'n handelsvoorraad heeft staan, want met de gebreken waarmee wij de auto hebben ingeruild kan hij onmogelijk als zijn doorgezet naar een nieuwe eigenaar. Stap twee is een grondige voorverkenning van het bedrijventerrein waar de auto staat: in- en uitvalswegen, vluchtroutes, verlichting, bewoning en verkeer. Dan de aanrijroutes en -tijden van politie en beveiliging, hekcodes en natuurlijk de opslagplaatsen van auto's die nog even niet volledig rijklaar zijn. Dan volgt uiteindelijk stap drie: ons toegang verschaffen tot het terrein, dan tot de auto zelf, waarvan ongetwijfeld het alarm -zo'n beetje het enige wat het nog goed deed- zal afgaan. En dat betekent dat we een snel potje krikken zullen moeten neerzetten. Retesnel zelfs, maar dat lijkt me gezien de aard en reputatie van de auto niet het grootste probleem.