Alles is familie

Zaterdag 29 Maart 2014 at 10:17 am


Bij de Albert Heijn bij mij op de hoek werkt een nichtje van me. Niet zomaar een nichtje, maar een uiterst aantrekkelijk nichtje met lange, bleekgouden haren, een mond vol prachtig ivoor en twee ogen als patrijspoorten naar de hemel. Met enige regelmaat maak ik even een praatje met haar bij de kassa, waarbij ik in de meeste gevallen de grapjes vertel en zij er klaterend om lacht. Genoeglijke gesprekjes die helaas vaak minder worden gewaardeerd door de mensen die achter me in de rij staan.

Onze gesprekjes gaan nooit over familie. Dat is niet zo gek, want ze weet niet dat ik familie ben. Die situatie is te danken aan een familierechtelijk kronkel: wie trouwt wordt bloedverwant van zijn of haar partner, de familie wordt dan aanverwant. Vindt er vervolgens een scheiding plaats, dan vervalt de bloedverwantschap, maar de aanverwantschap met de familie blijft bestaan. Een situatie dus die bij impulsieve romantici het aantal schoonmoeders aardig kan doen oplopen. Een dergelijke scenario, plus het feit dat aanverwantschap bepaald geen garantie is voor eeuwige trouw en verbondenheid tussen families, maakt dat mijn nichtje vermoedelijk niet eens van mijn bestaan afweet. Zelf kende ik haar ook niet, totdat ik haar herkende van foto's op de sociale mediapagina's van een aantal familieleden uit die hoek waarmee ik nog wél enig contact onderhoud.

Contact hebben met een leuk nichtje, dat je in een andere situatie vermoedelijk straal voorbij zou lopen, heeft wel iets bijzonders. Het geeft een verbintenis met een bepaalde intimiteit, zonder dat je het risico loopt voor geile, ouwe vent te worden uitgemaakt. Daarnaast geeft de familiaire band, of deze nou onbewust is of niet, een bepaalde, fatsoensgenormeerde veiligheid volgens het 'verboden vrucht' principe. Mag je er, op een noodgedwongen totaal onschuldige wijze, van genieten dat je een nichtje hebt dat op zomerse dagen mannen opzadelt met een nekprobleem?

Mijn Lief, die vermoedelijk al doorhad welke kant dit verhaal dreigde op te gaan, gooide gisteravond effectief roet in het eten:

"Hoe oud is dat kind eigenlijk?"
Ik vertelde het haar.
"Dan gaat die vlieger dus niet op" zei ze.
"Hoezo? Waarom niet?"
"Omdat ze ten tijde van die scheiding nog niet geboren was. Ze is dus nooit aanverwant geweest. Oftewel, ze is ongeveer net zoveel familie van jou als ik van Guus Meeuwis"

Wat houden we nou nog over? Een kassameisje dat wekelijks een praatje maakt met een aardige klant die voor de verandering eens geen wellustige blikken in haar blauwe bloesje werpt. Natuurlijk is er niet zoiets als een onbewuste familiaire empatische band. En al helemaal niet als mensen zijn aangetrouwd. Dat is een fantasie van mannen die graag met leuke grietjes praten zonder dat er iets ranzigs bij komt. En daarbij, nu ik er nog eens goed over nadenk, waren die foto's op het internet eigenlijk te onduidelijk om iemand met zekerheid te kunnen herkennen.

Volgende week ga ik weer naar Albert Heijn om iets te kopen dat m'n eigen supermarkt niet in het assortiment heeft. Dan ga ik zeker een praatje maken met een leuke blondine achter de kassa. Of met een pittige roodhaar, maar dan wel zonder de beperkingen van die bepaalde, fatsoensgenormeerde veiligheid.

Geile ouwe vent. Bah...!

Stemmen horen

Woensdag 26 Maart 2014 at 10:32 am


Als mij één ding is duidelijk geworden, na pakweg een half leven muzikantschap, is het wel dat men over het algemeen niet zit te wachten op mijn zangkunsten. Niet dat ik niet kan zingen, dat kan ik namelijk wel. Ik had ooit les van een gerespecteerde zangpedagoge die me alles leerde over ademsteun, het jodelvrij aanspreken van mijn kopstem, articuleren en het gebruik maken van zo ongeveer iedere lichaamsholte boven de navel. Verder beschik ik nog steeds over een soepel bereik, een absoluut gehoor en mag ik mijzelf een meester noemen in het uitpluizen van lastige 'koortjes' en het, soms volledig ad hoc, 'pakken' van tweede, derde of vierde stemmetjes. De crux zit hem dan ook niet in mijn zangvaardigheden, maar in mijn stem zelf, die nog het meest te vergelijken is met iets dat onder bepaalde weercondities vanuit een gebarsten rioolpijp wordt uitgebraakt.

Die stem mag dan een vast gegeven zijn, dat wil niet zeggen dat ik mij daar bij neer leg. Nog niet eens zo heel lang geleden had ik een dijk van een nachtmerrie, zo eentje waar je een week lang de innige angst om in slaap te vallen aan overhoudt. Zoals altijd vervaagde de droom inhoudelijk al snel, maar de emoties die ze opriep, een knagende en zeurende combinatie van hartverscheurend verdriet, intense doodsangst en een alles verterende wanhoop, liggen me nog behoorlijk vers in het geheugen. Verder weet ik nog dat ik wanhopig trachtte aan mijn droom te ontsnappen door wakker te worden, waarbij ik mij brullend en vechtend omhoog worstelde naar het land der ontwaakten. Vlak voordat ik daadwerkelijk wakker werd, ontwaarde ik in de verte een uiterst ijl, maar intens lieflijk geluid, een zuiver, maar melodieloos engelengezang dat mij in haar intense schoonheid het laatste duwtje richting ontwaken gaf.

Toen ik wakker werd en de laatste echo´s verdrongen werden door de stilte van de nacht, merkte ik tot mijn stomme verbazing dat deze elfenstem uit mijn eigen keel kwam. Verwonderd haalde ik adem en zette opnieuw in, wat me niet alleen een vage doodsreutel opleverde, maar ook de vraag van mijn Lief of ze soms de doktersdienst moest bellen.

Voor mij betekende deze ervaring het startsein voor een definitieve speurtocht naar een nieuw stemgeluid en wel door reproductie van relevante omstandigheden. Vanaf dat moment deed ik stem- en zangoefeningen in bed, lag er onder mijn kussen een foto van mijn -inmiddels overleden- zanglerares en draaide ik dagenlang karaoke-CD's van Enya en Sarah Brightman. De condensatormicrofoon met digitale recorder die ik 's nachts in mijn slaapkamer had aanstaan verdween al snel, niet alleen waren de resultaten bepaald teleurstellend, bovendien veroorzaakte het afluisteren van de opnames schade aan mijn subwoofers.

Omdat de hoeveelheid rottend fruit dat mij tijdens optredens ballistisch werd aangeboden ook maar niet wilde afnemen, moest ik concluderen dat de puur fysieke omgevingsfactoren die ik trachtte te reproduceren geen sikkepit hielpen. Momenteel richt ik me dan ook volledig tot het emuleren van de juiste emotionele en psychische omstandigheden in de hoop dat mijn lichaam onbewust reageert en zowel mijn stembanden als de aanliggende holtes terug plooit als ware ik weer onder invloed van die éne, kwaaie droom. Stap twee zal dan worden het bewust onder controle krijgen van deze omstandigheden.

Daar horen dan wel alle emoties en gevoelens bij die ik toen moest ervaren, iets dat wellicht in mijn geval niet eens zo heel ingewikkeld hoeft te zijn. In ieder geval, mocht je ergens in de komende tijd het plan opvatten om te auditeren voor een plekje in het achtergrondkoor van Marco Borsato, dan moest je maar eens rekening houden met érnstig geduchte concurrentie.