Uit Suffie's platenkast (14)

Woensdag 31 December 2014 at 11:44 am


Gerard Joling - The Collection 1985-1995

Alweer vele jaren geleden coachte ik enige tijd lang een zanger die zichzelf graag 'De Nederlandse Gerard Joling' noemde, feitelijk een Joling-imitator die zichzelf op basis van zijn badkamerervaring op vrijwel gelijke voet met zijn grote voorbeeld stelde. Om hem enige realiteitszin bij te brengen nam ik in mijn eenvoudige thuisstudio een demo met hem op, die ik hem vervolgens onbewerkt liet horen. Onze zanger pikte de boodschap goed op en wierp zich met hernieuwd enthousiasme op zijn carrière als rijinstructeur. De CD die ik als basis gebruikte voor de backingtracks liet hij achter.

Een verklaring is echter iets anders dan een excuus. En als je in het kader van een reeks blogstukjes blind een CD van Gerard Joling uit de kast trekt, moet je ook de ballen tonen om daar eerlijk voor uit te komen.

1985-1995 is een bijeenraapsel van typische Joling-zingsels die in ieder geval één ding duidelijk maakt: De Gerard Joling in die periode is absoluut één van de beste zangers van Nederland. Joling koppelt een fantastisch stemgeluid aan een surplus aan techniek en een bereik waar menig koorknaap jaloers op is. Daar komt bij dat de composities en arrangementen op deze schijf, vrijwel allemaal aan de hand van Peter de Wijn, perfect zijn geproduceerd. Helaas voor de argeloze luisteraar levert een stapeling van perfectie geen ultieme perfectie op, maar in dit geval slechts een kabbelende sloot van gepolitoerd plastic, waaruit iedere spanning, durf en avontuur zorgvuldig is verwijderd en vervangen door slaapverwekkende muzikale cliché's. Wie het aandurft om langer dan een minuut naar deze schijf te luisteren wordt overspoeld met gemakzuchtig geschreven liedjes, vol valse bombast en slaapverwekkende nepkitsch, waarin de lasnaden ernstig doen vermoeden dat zelfs het plástic niet echt is. Zoveel talent en techniek, verzopen in waterverf en slappe thee. Dóódzonde...

Uit Suffie's platenkast (13)

Vrijdag 23 Mei 2014 at 08:35 am


The Who -  Quadrophenia

Quadrophenia dus. Als je in het kader van je periodieke random pick dit album uit de kast trekt en de emoties als een warme douche over je heen vallen, dan weet je dat het een verder verloren dag wordt. En dat er van een nuchtere beschouwing geen sprake kan zijn.

Quadrophenia. Ik vond de elpee als puppy in de platenkast van mijn broer en gaf daarmee mijn muzikale ontwikkeling definitief richting. Ik draaide hem af tot er zwarte krullen van de naald af kwamen, schreef de akkoorden op en leerde mijzelf iedere gitaarpartij tot op de noot na te spelen. Ik deed dit dan ook regelmatig, samen met mijn broer, tot groot ongenoegen van mijn buren, die dan ook met enige regelmaat met een bezem de maat meetikten tegen het plafond.

Ik keek de film in de bios, draaide de Beta- en VHS-versies tot de strepen over het scherm liepen en kocht later de DVD, die ik net zolang draaide tot ik er doorheen kon kijken. Tweemaal bezocht ik The Who toen ze het album integraal uitvoerden en beide malen zat ik te janken als een klein kind.

Townsend is God, Daltrey is Zijn profeet. Laat ik het daar maar even bij laten...

Blinde paniek

Donderdag 01 Mei 2014 at 11:45 am


Vandaag is nu al een unieke dag. Vandaag zal namelijk te boek komen staan als de eerste dag dat ik ooit het gevoel van totale en blinde paniek mocht ervaren. We hebben het dan niet over een 'krèk, was da noe' moment met een klopje meer in 't hart en gevoelens van verminderd welbehagen, maar over totale wegkwijtheid. Oftewel: totale verlamming van het metabolisch systeem, integrale desoriëntatie, klam zweet uit alle poriën en een hart als een stuiptrekkende kwal in een emmer warme cola.

Het zou onzin zijn om te zeggen dat het schuim der adrenaline mij vreemd zou zijn, ik kan mij zowel in werk als privé nog wel een aantal situaties herinneren die ernstige aanslagen deden op het herstellend vermogen van mijn hartkleppen. Dan denk ik aan op grote hoogtes aan héle dunne lijntjes hangen, messen en pistolen, vriendinnetjes die elkaar op een héél ongelukkig moment tegenkwamen waar ik bij was, boze papa's met gespierde armen, echtgenotes met een uurtje eerder vrij, onweer in uiterst ongunstige omstandigheden, inhalende automobilisten zonder spiegeltjes en afslaande fietsers zonder handen. Kortom, voldoende stof om zo af en toe even kortstondig heel bezorgd te worden over je eigen welbevinden.

En toch kan ik me even geen situatie bedenken die ook maar in de buurt komt van het gevoel van krankzinnige wanhoop dat mij vanochtend overspoelde, toen ik ontdekte dat ik al mijn emailtjes, behorende bij het account van mijn vorige provider, per ongeluk in het digitale niets had laten verdwijnen, inclusief een mailtje met drie concertkaartjes in PDF-formaat voor een optreden van de band die mijn leven als puber muzikale vorm gaf: Yes. Had ik op dat moment gaatjes in mijn oren gehad, dan had het adrenalineschuim zonder twijfel aan weerzijden van mijn stoel tegen de muur gespoten, want hier zag ik in één ogenblik mijn persoonlijk cultureel moment van het decenium aan mij voorbijgaan. Dat deze actie tevens betekende dat ook mijn broer en mijn vriend, waarvan er ééntje al had betaald, kaartloos naar Tilburg zouden afreizen, ging op dat moment even aan mij voorbij.

Toch bevestigde deze situatie wel iets anders, namelijk de tegeltjeswijsheid dat er geen dalen zonder toppen zijn. Oftewel, het gevoel dat ik gewaar werd toen ik middels een aantal softwarematige U-bochtconstructies alsnog het betreffende mailtje plus PDF'jes boven water wist te brengen was de perfecte contra-emotie. Het was het gevoel van vaste grond onder de voeten hebben na een lange afdaling, met één hand iemand's pistool weten af te pakken, héél snel uit een raam kunnen klimmen met medeneming van voldoende kleding, met een snelle beweging op de weg weten te blijven zonder een krasje op te lopen en met succes een meisje in een veel te kleine kast weten te frommelen zonder dat deze uit elkaar barst (de kast dan). Dat gevoel dus, maar dan vermeerderd met de extatische euforie als van een overwinning op het totale leven. En natuurlijk ook het terugkeren van basale cognitieve vermogens, die mij er overigens wel toe brachten om de kaarten meteen even uit te printen en op te bergen.

In ieder geval heb ik vandaag nog een ding geleerd: zogenaamde deskundologen die beweren dat mensen die veel achter hun computer zitten vaak lijden aan een zekere gevoelsarmoede, hebben geen idee waar ze het over hebben...!

Stemmen horen

Woensdag 26 Maart 2014 at 10:32 am


Als mij één ding is duidelijk geworden, na pakweg een half leven muzikantschap, is het wel dat men over het algemeen niet zit te wachten op mijn zangkunsten. Niet dat ik niet kan zingen, dat kan ik namelijk wel. Ik had ooit les van een gerespecteerde zangpedagoge die me alles leerde over ademsteun, het jodelvrij aanspreken van mijn kopstem, articuleren en het gebruik maken van zo ongeveer iedere lichaamsholte boven de navel. Verder beschik ik nog steeds over een soepel bereik, een absoluut gehoor en mag ik mijzelf een meester noemen in het uitpluizen van lastige 'koortjes' en het, soms volledig ad hoc, 'pakken' van tweede, derde of vierde stemmetjes. De crux zit hem dan ook niet in mijn zangvaardigheden, maar in mijn stem zelf, die nog het meest te vergelijken is met iets dat onder bepaalde weercondities vanuit een gebarsten rioolpijp wordt uitgebraakt.

Die stem mag dan een vast gegeven zijn, dat wil niet zeggen dat ik mij daar bij neer leg. Nog niet eens zo heel lang geleden had ik een dijk van een nachtmerrie, zo eentje waar je een week lang de innige angst om in slaap te vallen aan overhoudt. Zoals altijd vervaagde de droom inhoudelijk al snel, maar de emoties die ze opriep, een knagende en zeurende combinatie van hartverscheurend verdriet, intense doodsangst en een alles verterende wanhoop, liggen me nog behoorlijk vers in het geheugen. Verder weet ik nog dat ik wanhopig trachtte aan mijn droom te ontsnappen door wakker te worden, waarbij ik mij brullend en vechtend omhoog worstelde naar het land der ontwaakten. Vlak voordat ik daadwerkelijk wakker werd, ontwaarde ik in de verte een uiterst ijl, maar intens lieflijk geluid, een zuiver, maar melodieloos engelengezang dat mij in haar intense schoonheid het laatste duwtje richting ontwaken gaf.

Toen ik wakker werd en de laatste echo´s verdrongen werden door de stilte van de nacht, merkte ik tot mijn stomme verbazing dat deze elfenstem uit mijn eigen keel kwam. Verwonderd haalde ik adem en zette opnieuw in, wat me niet alleen een vage doodsreutel opleverde, maar ook de vraag van mijn Lief of ze soms de doktersdienst moest bellen.

Voor mij betekende deze ervaring het startsein voor een definitieve speurtocht naar een nieuw stemgeluid en wel door reproductie van relevante omstandigheden. Vanaf dat moment deed ik stem- en zangoefeningen in bed, lag er onder mijn kussen een foto van mijn -inmiddels overleden- zanglerares en draaide ik dagenlang karaoke-CD's van Enya en Sarah Brightman. De condensatormicrofoon met digitale recorder die ik 's nachts in mijn slaapkamer had aanstaan verdween al snel, niet alleen waren de resultaten bepaald teleurstellend, bovendien veroorzaakte het afluisteren van de opnames schade aan mijn subwoofers.

Omdat de hoeveelheid rottend fruit dat mij tijdens optredens ballistisch werd aangeboden ook maar niet wilde afnemen, moest ik concluderen dat de puur fysieke omgevingsfactoren die ik trachtte te reproduceren geen sikkepit hielpen. Momenteel richt ik me dan ook volledig tot het emuleren van de juiste emotionele en psychische omstandigheden in de hoop dat mijn lichaam onbewust reageert en zowel mijn stembanden als de aanliggende holtes terug plooit als ware ik weer onder invloed van die éne, kwaaie droom. Stap twee zal dan worden het bewust onder controle krijgen van deze omstandigheden.

Daar horen dan wel alle emoties en gevoelens bij die ik toen moest ervaren, iets dat wellicht in mijn geval niet eens zo heel ingewikkeld hoeft te zijn. In ieder geval, mocht je ergens in de komende tijd het plan opvatten om te auditeren voor een plekje in het achtergrondkoor van Marco Borsato, dan moest je maar eens rekening houden met érnstig geduchte concurrentie.

Uit Suffie's platenkast (12)

Woensdag 31 Juli 2013 at 09:51 am


Paul McCartney - Ram

Toen The Beatles in 1970 ophielden te bestaan, poepten de drie schrijvende leden er prompt een aantal soloalbums uit, gevuld met materiaal dat grotendeels voor toekomstige Beatles-elpees bedoeld was of bij eerdere albums was blijven liggen. Bij John Lennon resulteerde dat in Imagine, bij Harrison in All things must Pass, beiden legendarische albums waarin de naklank van de Beatles goed te horen was. Hoewel het niet z'n eerste elpee na de breuk was, rekende Paul McCartney op Ram wel heel duidelijk af met zijn Beatlesverleden. In ieder geval maken de nummers op deze elpee wel heel duidelijk wie er binnen de Beatles verantwoordelijk was voor de complexe, epische composities die we terugvinden op Abbey Road en Sgt Peppers. Minimaal één nummer van Ram was dan ook in eerste instantie bedoeld voor het laatste echte Beatlesalbum Let it Be, namelijk de Beach Boys-pastiche Sitting in the backseat of my car. Wie echter goed naar het album luistert zal er echter zeker nog een paar composities tussenuit pikken die zó van een Beatles-album af hadden kunnen komen of op een toekomstig Beatles-album geplaatst zou kunnen worden.

Anders dan op zijn eerste album McCartney liet de ex-Beatle op Ram een klein leger aan studiomuzikanten aanrukken zoals Danny Seiwell en Hugh McCracken, wat het "bandgevoel" op de elpee enorm versterkte. Na Ram maakte Paul McCartney vooral naam als frontman voor de formatie The Wings, op Ram weet hij echter nog één keer dat bijzondere gevoel vast te leggen dat The Beatles zo kenmerkte. Dat mag wel even gezegd worden.

Zwarte film

Zondag 12 Mei 2013 at 10:47 am


Natuurlijk, nieuw materiaal is leuk. Maar de Heilige Vlam weigert vooralsnog weer op te wakkeren door een combinatie van verschoten kruit, geen inspiratie, te weinig tijd en vooral het hebben van een leven. Toch blijft het leuk om af en toe eens een blik te werpen op hoe mijn blogleven er precies 10 jaar geleden uitzag. Hoewel niet meer online, heb ik nog ergens een brokje archieven liggen. Onderstaand stuk stamt van 12 mei 2003. Daarna volgde er een hele tijd niets....

Ik heb een zwak voor Franse bioscoopfilms, en dan met name voor de 'film noir'. Dat is misschien wel opmerkelijk, want hoewel de film noir van oorsprong een puur Franse aangelegenheid is (vandaar de term 'Film Noir'), zijn er stampen critici die vinden dat de beste films in dit genre uit Amerika komen, getuige films als "The Big Heat", "Casablanca" en "The lady from Shanghai".

Absolute lulkoek, want als er mensen zijn de films kunnen maken, dan zijn het wel de Fransen! En dat laat zich het best bewijzen door het feit dat Hollywood al jarenlang steevast probeert om Franse succesfilms in een Amerikaans jasje te steken in een poging om het Europese succes -meestal tevergeefs- te evenaren of te overtreffen. Denkt u maar aan films als "The Woman in Red" (Un éléphant ça trompe énormement), "Three Man and a Baby" (Trois hommes et un couffin), "The Birdcage" (La cage aux folles) en "Nikita" (La Femme Nikita). En juist die laatste film bewijst dat die Amerikaanse versies dan misschien wel meer commercieel succes kennen, maar inhoudelijk hopeloos achterblijven bij de originelen, als is het maar omdat een standaard blonde doos plastic als Bridget Fonda absoluut niet in de buurt komt van de bloedmooie en maximaal bronst-opwekkende Anne Parillaud.

Maar wat nou het vreemde is, vraag me niet om ook maar één Franse film noir te noemen, want ik moet het antwoord schuldig blijven. Waarom dan die fascinatie? Daarvoor moet ik terug naar een regenachtige avond in een caravan op een camping in Wassenaar, in de tijd dat ik nog een puppy was. Toen ik uit verveling de televisie aanzette, viel ik met mijn neus in een echte, originele Franstalige film noir uit de jaren 60, in zwart-wit, vol zelfkant, misdaad en depressie. Maar wat me alles deed vergeten qua naam, inhoud, spelers en verhaallijn, was de absoluut briljante en prachtige filmmuziek, die me tot tranen toe raakte en me in staat van volkomen vervoering bracht. Nog jaren later hoorde ik in mijn hoofd de hypnotiserende melodielijn, beurtelings gespeeld door trompet en panfluit, verzopen in de galm, gedragen door een reeks aanzwellende none-akkoorden van strijkers en zwaar gesmoorde koperblazers. Ik vervloekte mijzelf omdat ik me geen enkel aanknopingspunt kon herinneren, dat me op het spoor van de film kon brengen, ik haatte mezelf omdat ik verzuimd had om in de verwarrende dagen daaropvolgend een blik in de Vara-gids te werpen en bovenal verweet ik mijzelf dat ik die avond door mijn geestelijke verduistering een prima wip met mijn toenmalige misliep.

Hoe het ook zij, sindsdien kan ik geen Franse zwart-wit film zien zonder op die prachtige, imaginaire klanken terug te dobberen naar vroegere tijden, toen films nog inhoud hadden en muziek belangrijker was dan digitale geluidseffecten. Films die buiten Hollywood gelukkig nog steeds worden gemaakt, bijvoorbeeld in "kleinere" filmlanden als Frankrijk en Italië, maar ook in landen als Polen, China, Peru en Mexico.

Een mooi voorbeeld uit het laatste land overigens, is "Como Aqua Para Chocolat", een fantastische "kleine" film naar de roman van schrijfster Laura Esquivel, over een jonge vrouw die in haar keuken gerechten bereidt die haar gasten tot waarlijk orgastische hoogtepunten brengen.

Maar goed, om dat te bevatten zou u hier eigenlijk een keertje moeten komen eten....

Uit Suffie's platenkast (11)

Dinsdag 02 Oktober 2012 at 08:19 am


Chicago - Chicago VII

Voor wie bekend is met de honingzoete en aalgladde glibber- en glijmuziek die deze band maakte in de jaren '80 en '90, is het vermoedelijk nauwelijks voor te stellen, maar ooit maakte Chicago wel degelijk lekkere muziek. VII stamt uit 1974 en was de eerste elpee waarin de van Sergio Mendez afkomstige percussionist Laudir de Oliviera als vast bandlid mee speelde. Dat is te horen in de breed uitgesponnen, polyritmische improvisaties die de eerste schijf van dit dubbelalbum domineren en waarin Laudir's latijnse potten en pannen een heldenrol in spelen.

Naast Laudir is het vooral ook de blazerssectie die flink aan bod komt, met name Walter Parazaider die op een voor hem ongebruikelijke wijze losgaat op de dwarsfluit. Hoewel Chicago in die tijd in de gelukkige omstandigheid verkeerde meerdere bandleden te hebben die uitstekend solo konden zingen, wordt er op plaat één nauwelijks gezongen en staan de jazz-invloeden volledig centraal. Pas op de tweede schijf worden de keeltjes gesmeerd en volgt er meer gebruikelijk Chicago-materiaal, waaronder hits als Wishing you were here (samen met de Beach Boys) en Call on me. In Skinny Boy komen bovendien de Pointer Sisters nog even om de hoek kijken.

Al met al een zeer gevarieerd album, met zowel experimentele jazz als stevige popmuziek, een combi die in dit geval uitstekend uitpakt. Ach, waarom werden deze jongens nou zo snel oud...?

Uit Suffie's platenkast (10)

Dinsdag 03 Januari 2012 at 2:01 pm


Chris Squire - Fish Out Of Water

Toen de leden van de symonische rockgroep Yes elkaar in het midden van de jaren zeventig even wat minder vaak knuffelden, vonden ze hun geluk tijdelijk in het produceren van solo-albums. Fish Out Of Water, het enige echte soloalbum dat bassist Chris Squire ooit maakte, stamt uit die tijd en maakt onmiddellijk duidelijk wie er binnen Yes verantwoordelijk was voor de overlappende, canonachtige ritmische patronen en de niet te volgen samengestelde maatsoorten. Op FOOW staat precies één nummer in een min of meer gangbare maatsoort (You By My Side in driekwarts), de rest is voor een gemiddelde muziekliefhebber vrijwel niet te tellen.

Toch is de muziek van Squire, zeker in vergelijking met het toenmalige werk van Yes, redelijk toegankelijk te noemen. Dat komt vooral omdat hij gebruik maakt van echte strijkers en blazers en de hoeveelheid electronica behoorlijk beperkt houdt. Squire heeft een typische, maar niet onprettige stem en stapt ook niet in de valkuil om zijn virtuositeit op de basgitaar tot vervelens toe te demonstreren. Sterker nog, die basgitaar speelt wel een heldenrol in de muziek, maar blijft overal melodieus en functioneel klinken, zonder de vervallen in de bulderende rioolpijpensound zoals die vaak op de platen van Yes te horen is en waarvoor de zwaar overstuurde Rickenbacker 4001 van Chris de belangrijkste verantwoordelijke is.

Wat overblijft is een album met prettig klinkende songs, soms wat weemoedig, soms wat overvloedig opgebouwd uit verschuivende en herhalende thema's, absoluut ondansbaar wegens hakkelende ritmes, maar wel heel mooi. Dat zo'n vent niet eens wat vaker iets in z'n uppie doet. Aan de andere kant, de titel zegt het al: Vis op het droge...