Stel je voor...

Woensdag 16 April 2014 at 12:22 pm


Stel, je hebt een seksuele afwijking waarbij je het fijn vindt om je pielemoos in jonge hondjes te steken. Zoiets moet je dus écht niet willen, onze maatschappij is namelijk nog helemaal niet klaar voor deze 'puppy-love'variatie. Jonge hondjes moeten namelijk vertederend, onschuldig en knuffelbaar zijn en niet uitgerekt over straat waggelen.

Als je een beschaafd mens bent hou je er dus je mond over. Je houdt je verre van hondenliefhebbers, zeker als ze pups hebben, neemt genoegen met een beperkt seksleven of zoekt alternatieven in pluche beesten waar je een latex anusje uit de Viashop-catalogus hebt ingenaaid. Soms bezoek je ranzige zaaltjes waarin je met soortgenoten in het diepe donker voor de zoveelste keer '101 dalmatiërs' kijkt en in het uiterste geval trek je jezelf diep in de nacht af voor de etalage van een malafide dierenhandelaar.

Als je dapper bent maak je je afwijking en de acceptatie daarvan bespreekbaar, vertel je aan de maatschappij hoe het is om zo te zijn. Vertel je dat je rustig op straat een hondje kan aaien zonder bijbedoelingen, dat je niet automatisch een paal in je broek krijgt als je een jong herdertje ziet spelen, dat je seksualiteit net zo beheersbaar is als bij een ander, die ook niet iedere vrouw bespringt die hij op straat tegenkomt, dat je je bewust bent van wat je gevoelens in de maatschappij teweeg brengen en dat je daar integer mee probeert om te gaan.

Als je dom bent zet je de maatschappij tegen jezelf en je lotgenoten op door een politieke partij op te richten waarin je opkomt voor je rechten. Dan stel je een partijprogramma op waarin je pleit voor avondopenstelling van kennels en asielen, of het uit het strafrecht halen van seks met dieren. Je vindt dat dieren moeten mogen meespelen in 'hardcore' films en dat puppies ongeregistreerd en anoniem vanuit fokkerijen mogen worden verkocht. Je pleit voor verlaging van de plaatsingsleeftijd van jonge honden van 12 naar 8 weken en eist vrije inzage in de registers van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. En daarna mopper je dat Nederland steeds intoleranter wordt...

En dan gaat het nog maar om puppies...!

Dit stukje dateert uit juni 2006, de eerste keer dat pedopartij ter discussie kwam en even later de pedofielenvereniging 'Martijn' waarover justitie zich deze week uitspreekt. Ik dacht dat het wellicht een goed idee was om nog even aan te halen waarom we zo'n club eigenlijk niet willen. Althans niet in deze vorm...

Minder, minder, minder...

Zondag 06 April 2014 at 08:23 am


Het is begin april en het is buiten zo'n 20 graden. Mijn lief en ik zijn met een gekoelde Pinot Gris neergestreken op het terras aan de voorzijde van onze woonstee, gelegen aan de lommerrijke boulevard die onze woonkern loodrecht door midden snijdt. Over die boulevard komt vanuit de richting van het station een jongedame aanlopen met een zongerijpte, mediterraanse uitstraling en voorbeeldig scharnierende ledematen die haar spijkerbroek op precies de juiste plekken doen plooien. Als ze langs loopt zeg ik "goedemiddag" en tot mijn eigen verbazing houdt ze haar pas in, onderbreekt haar telefoongesprek en draait haar hoofd naar ons toe met een warreling van donkere krullen. Dan volgt er een glimlach die van een halve maan een volle zou kunnen maken. "Goeiemiddag, lekker weer hè?" zegt de donkere warreling, waarna ze vrolijk in haar telefoon babbelend doorloopt.

Als ik enige minuten later klaar ben haar na te staren, vraag ik aan mijn lief: "Is dat een Marokkaanse?"
"Geen idee" antwoord ze ietwat zuinig, "maar volgens mij sprak ze wel iets van Arabisch door de telefoon"

Even verderop komt de volgende dame aangelopen, een verschijning uit 1001 nacht, maar dan iets rijper, met een waterval van donkere lokken en zonder de obligate blote navel. Terwijl ze langsloopt werpt ze ons een lach toe die ik diep in mijn onderbuik voel echoën. "Hallo" zegt ze, "wat een heerlijk weer, niet? En wat zitten jullie weer lekker daar!"

Ze is al zeker een meter of honderd verder als mijn nekspieren hun maximale rekpunt bereiken. "Is zij nou Marokkaans?" vraag ik wederom aan mijn lief.
"Zij wel. Je kent haar toch? Ze woont op nummer 86. Heeft pas haar vriend de deur uit geschopt omdat die wilde dat ze weer een hoofddoek ging dragen"

"Weet je" zeg ik even later, "doe me dan tóch maar wat minder Limburgers..."

Voorbije besnorring

Zondag 08 December 2013 at 12:16 pm


Afgelopen november verstreek voor mij in een zekere sfeer van weemoed en nostalgie. Niet alleen omdat in deze maand een aantal mensen die mij lief zijn of waren (waaronder ik zelf) ter wereld kwamen, maar omdat ik in het kader van Movember mijn snor liet staan.

Voor wie mij al wat langer kent zal het geen nieuws zijn, maar tot op enkele jaren geleden was ik dus snordragend. Niet dat het veel voorstelde, eigenlijk was het niet meer dan een doorschijnend, harig gordijntje dat vanonder mijn neus naar beneden hing zodat ik er regelmatig gedachteloos aan sabbelde. Om er nog enige body aan te geven experimenteerde ik regelmatig met toevoegingen als sikjes, baardjes, Zappa-aanhangsels en andere pluksels, totdat ik uiteindelijk tot de conclusie kwam dat zelfs mijn toenmalige buurvrouw mij qua gezichtsbeharing op alle fronten overklaste.

Mijn eerste besnorringen, of liever gezegd de pogingen daartoe, stammen uit mijn middelbare schoolperiode toen het ineens heel belangrijk werd om de meisjes in mijn klas duidelijk te maken dat ik toch écht een jongetje was. In de loop der tijd raakte ik bekend met efficiëntere, en bovendien leukere methodes om testosteron in mijn systeem aan te tonen, maar liet de snor voor wat hij was omdat het me 's morgens in de badkamer minimaal twee overbodige bewegingen scheelde om hem af te scheren.

Het eerste, serieuze snorloze interbellum beleefde ik bij mijn Eerste Grote Liefde, die vanwege een vaag jeugdtrauma een gloeiende hekel had aan gezichtshaar. Langere tijd wist ik ontbossing te voorkomen, onder meer door haar te wijzen op de voordelen bij het liefdesspel: onze beharing sloot zo mooi op elkaar aan, haartjes veroorzaakten extra prikkels op gevoelige plekjes en ik vond het gewoon fijn om later op de dag nog een mooie herinnering op te snuiven. Maar uiteindelijk verloor ik. Eerst mijn haar, toen haar. En toen ze me enige tijd later voorstelde aan haar nieuwe vriend werd mij in één oogopslag duidelijk dat ze niet zozeer een hekel had een snorren, maar aan míjn snor.

Ongetwijfeld heeft er een zekere gekwetste trots aan ten grondslag gelegen, maar sindsdien heb ik mijn wens om een knevel te kweken nooit meer door een ander laten beïnvloeden, tot aan het moment, ondertussen alweer enige jaren geleden, dat ik zelf besloot dat mijn gezichtshaardracht door de tijd was achterhaald.

En toen was het Movember, een periode om uiting te geven aan dingen waar je bij stil zou moeten staan. Voor mij ook een periode om even terug te keren naar de behaarde dagen die mij mede vormden tot wie ik nu ben, een periode ook om te kijken hoever ik ondertussen mijn besnorde zelf was ontgroeid. Mijn collega´s gaven op dat laatste een duidelijk en niet mis te verstaan antwoord. Of eigenlijk meerdere antwoorden, waarbij het luidkeels en in koor zingen van YMCA bij mijn binnenkomst misschien we de minst confronterende was. Volgend jaar zal er voor mij dan ook met Movember geen besnorring plaatsvinden.

Toch zullen de principes van Movember mij ook volgend jaar uitdagen tot een uiting, waarbij het niet kweken van een snor om een alternatief zal vragen. Zo weet ik zeker dat er iets aan lichaamshaar te vinden is dat ik gedurende die periode weer eens ongelimiteerd kan opkweken, zonder daar deze keer anderen mee lastig te vallen. Een soort privéstatement, waarbij mij vooral in de eerste week een hevige jeuk ten deel zal vallen, een virtueel cilicium om het bewustzijn op het onderwerp te scherpen.

Dat ik af en toe een beetje vreemd loop zijn de mensen ondertussen wel van me gewend...

Trouw en Trots

Maandag 02 December 2013 at 1:10 pm


Het geld in zijn zakken gaf hem weinig voldoening toen hij naar zijn auto liep, net zo min als voorgaande jaren. Weer had hij het hoofd gebogen en was hij degene geweest die had toegegeven.

Hij zag zichzelf staan, heel nadrukkelijk naast de rijk versierde stoel, en met de staf in zijn hand voelde hij zich meer als een levende paraplubak dan als een volwaardig meedelende partner. Volwaardig? Me reet! Hij had nog nooit in een rijk versierde stoel gezeten, hij was nog nooit het middelpunt van alle aandacht geweest. Hij had nog nooit de gelegenheid gehad om stiekum een borreltje onder de baard door te gieten, want daar liep zijn schmink maar van uit. En wat meer was; hij kreeg nooit jonge moedertjes op schoot die hij met gehandschoende hand zachtjes over de billen wreef. Nee, hij mocht lopen met een te korte pofbroek en kriebelende krullen. En dan sinds dit jaar ook nog eens dat gezeur over zijn gezicht...!

Die kinderen deden hem niets meer. In het begin had hij nog wel voldoening gevonden in die blije gezichtjes. Maar zoetjes aan was dit verloren gegaan in een gevoel van redeloze jaloezie toen hij merkte dat zijn partner hele andere genoegens aan hun bezoekjes beleefde. Als ze de kinderen hadden afgewerkt was het de beurt aan de moeders en die wilden maar wat graag op schoot. Om te worden bevoeld, befriemeld en opgegeild met dubbel-zinnigheden en woordjes die niet te horen waren voor de in alle onschuld toekijkende kinderen, de dove Opa's en Oma's, en de vaders die het veel te druk hadden met hun digitale camera's en camcorders. Maar híj hoorde het wel. En hij zag de witte handschoenen bewegen over de strakke billen en dijen, gehuld in pikant gespannen feest-jurkjes, de bewegingen onder het onderkleed en de nauwelijks verhulde blikken in open halsjes en décoleté's.

Ieder jaar weer bracht hij de mogelijkheid ter sprake om eens van rol te wisselen. En ieder jaar werd dit lachend van tafel geveegd, uiteraard op basis van goede en doordachte argumenten: een te jong uiterlijk, geen ervaring, 'het gaat zo toch goed', 'het pak is op maat gemaakt', 'te opvallend voor de kinderen die ons kennen'. En dus stond hij ieder jaar weer trouw naast de rijk versierde stoel, met z'n zak in de ene hand en de staf in de andere, terwijl hij met lede ogen moest toezien hoe naast hem de jonge moedertjes tot ongekende hoogten werden opgegeild.

Maar volgend jaar zou het anders gaan. Vertrouwen in het argument had hij al lang niet meer, maar er waren andere manieren. Ongelukjes gebeurden nu eenmaal; een misstapje vanaf de loopplank van de boot, een onverwachte beweging van het paard, een gladde dakgoot.... Nee, volgend jaar werd alles anders. Hij versnelde zijn pas naar de auto met hernieuwde energie en veegde een zwart korreltje uit zijn ooghoek, een veeg achterlatend op zijn wijsvinger.

Maar dat vond hij al lang zo erg niet meer...

De ene z'n bon, de ander d'r tuin

Maandag 28 Oktober 2013 at 2:05 pm


Het einde van het jaar begint met rasse schreden te naderen, voor ons een mooi moment om weer eens een jaarlijks terugkomend vraagstuk naar boven te halen: komen wij dit jaar wellicht in aanmerking voor een handgeschreven kerstkaart van de directie van het Centraal Justitiëel Incasso Bureau, vanwege onze niet geheel vrijwillige, maar op z'n minst zelf geïnflicteerde bijdrage aan het herstel van de Nederlandse economie?

Op zich heeft die vraag niets met economie te maken, maar met het beteugelen van paardenkrachten. Tot voor een tijdje geleden reden wij in een Franse bolide, met een zee van ruimte en een lekker hoge instap, maar met de airodynamica van een electriciteitshuisje en nauwelijks voldoende PK's om ons voor totale stilstand te behoeden. Onze huidige contraptie is Beiers, laag en plat, en is bovendien uitgerust met een extra standje 'opschieten', waar we al of niet onbewust met enige regelmaat gebruik van maken. Op zich is het dus logisch dat onze overheid sindsdien wat vaker om een geldelijke bijdrage vraagt als we de Beierse koets iets te enthousiast de vrije teugel hebben gelaten.

Omdat het geld ons niet op de rug groeit hebben Mijn Lief en ik een methode uitgevogeld om onze trapreflex op een motiverende, enigszins ludieke, maar wel adequate wijze te beteugelen: bij iedere overtreding waarvoor ik in persoon een acceptgiro krijg toegezonden, mag Mijn Lief voor hetzelfde bedrag iets gaan uitzoeken bij de plaatselijke tuinsuper. Op die wijze zou ik mij vanuit een gevoel van gezonde, relationele competitie gestimuleerd moeten voelen om de spanningen in de rechtervoet wat vaker te laten wegvloeien. Een schitterende theorie, maar vragen over de effectiviteit van het model moet ik steevast beantwoorden met de mededeling dat we tegenwoordig een bijzonder mooie tuin hebben.

En zo geschiedde het onlangs dat ik thuis kwam na een dag van noeste arbeid en Mijn Lief aantrof in de tuin, waar ze net de laatste hand legde aan het ingraven van een struik van welhaast epische afmetingen. Toen ik haar vroeg welke geldboom wij in ruil voor de nieuwe beplanting hadden moeten omhakken, wees zij mij triomfantelijk op een schrijven dat geopend op tafel lag, met daarop het inmiddels vertrouwde CJIB-logo en een geldbedrag dat wees op een kortstondige episode van totale ontremming.

Nou ben ik absoluut niet te beroerd om mijn fouten toe te geven, maar dat moet ik ze me wel kunnen herinneren. En toen ik het epistel wat nader bestudeerde, bleek dat niet het geval te zijn. Sterker nog, verder speurwerk wees uit dat ik op de betreffende datum ergens in den lande op cursus was, met de trein. En dat betekende automatisch dat één van de andere gezinsleden, niet zijnde mijn rijbewijsloze zoon, verantwoordelijk was geweest voor deze overtreding.

Bij het instellen van de regel hebben Mijn Lief en ik afgesproken dat deze in principe eenzijdig was, niet omdat zij geen fouten maakt, maar omdat ik domweg van ons beiden de grootgebruiker ben als het gaat om zowel kilometers als snelheidsoverschrijdingen. Dat betekent dat er aan deze zaak voor mij niets te halen valt, iets waar ik ook helemaal geen problemen mee heb, juist omdat het aantal verkeersovertredingen van Mijn Lief met betrekking tot mijn hobby bepaald geen zoden aan de dijk zet. Oftewel, we trekken de boel recht en laten het erbij.

En die krater in de het midden van onze tuin komt in de komende tijd ook wel weer vol.

Speuren naar het nieuwe bloggen

Vrijdag 30 Augustus 2013 at 09:27 am


Ze was geen schoonheid in de klassieke zin des woords, althans niet in mijn ogen. Maar ik vond haar wel verbijsterend aantrekkelijk. Met een beetje duw- en trekwerk, en het strategisch wegduwen van wat in de weg staande karretjes kwam ik voor haar counter met kaas en vleeswaren te staan en vroeg met m'n donkerste stem om de dikke plakken boterhammenworst.

"Stop!"
"Pardon?"
"Ik zei stop! Laten we asjeblieft ophouden met dat truttige 'en daar sta je dan, bij de kassa'-gedoe. Volgens mij hebben we die trend in het vorige decennium al besmet verklaard..."
"Jawel, maar..."
"Niet doen! Laat dat nou maar over aan de zachte onderbuik van vrouwelijk weblogland."
"Okee..."

Die Nico Dijkshoorn, die iedere week bij DWDD gedichtjes mag voorhakkelen die in de dagen daarvoor door het plaatselijk Bijzonder Onderwijs speciaal voor hem zijn voorbereid, is er nou niemand zo gek te krijgen om die selectief behaarde scrotumkop een touw om z'n zak te binden, hem over de klinkers naar de Schotse Hooglanden te slepen en hem aldaar onder begeleiding van doedelzakmuziek een houten staak door de borst te jagen...?"

"Nee! Kappen nou! Rot op, zeg..!"
"Wat nou, dat begint toch goed?"
"Nee, jongen, dat begint kut! Allereerst heb je niet écht wat tegen die man..."
"Da's waar..."
"...en bovendien moet jij je niet aan dat functioneel grove sarcasme wagen als je dat stijlfiguur niet écht beheerst."
"Nou, maar ik kan heus wel.."
"Jawel, maar het hóórt niet bij je, hou je bij je eigen stijl, da's veel natuurlijker."
"Nou, goed dan.."

In de loop van zijn geslachtsrijpe periode heeft Suffie tot op heden al heel wat kittelaars van nabij mogen meemaken, variërend van bedeesde speldenkopjes tot aan lustbolders waar Suffie zijn vleeskwast als in een wellustige rodeo omheen kon lassoën...

"Nee, nee! In godsnaam, doe me een lol!!"
"Jezus! Wat nou weer..? Da's toch helemaal mijn stijl?"
"Tuurlijk, je beschrijft op plastische wijze een reeks kittelaars en hoe je die optimaal kunt bevingeren, aflikken en aanstippen, draait er een niet al te voor de hand liggende clou aan en eindigt met een pseudo naïeve zinsnede waaruit moet blijken dat de dames je dagelijks in bosjes lastig vallen om je hun geslachtsdelen aan te bieden. Stomme, platvloerse grootspraak!"
"Grootspraak? Gisteren nog kwam ik toevallig..."
"Tuurlijk, jongen. Absoluut, maar die ouwe, uitgekauwde verhaaltjes, het is allemaal zo voorspelbaar. Trouwens, wat ga je doen als je alle vrouwelijke erogene zones hebt behandeld, ga je dan je homoseksuele ervaringen met ons delen?"
"Okee, punt gemaakt..."

Als je te snel over dun ijs wandelt, mag je verwachten dat je er door heen kan zakken. Maar zo snel en zo hard had ik nooit kunnen bevroeden. Van een hulpverleenster mag je verwachten dat ze je helpt het rechte pad terug te vinden en je leven weer op orde te krijgen, niet dat ze in één allesvernietigende klap de fundering onder je leven vandaan slaat.

"Godskelere! Nee! Nou moet je écht ophouden hoor!"
"Wat nou weer...?"
"Als we ergens niet op zitten te wachten met z'n allen is het dat zielige gezeik van je. We waren al allemaal zo blij dat we daar vanaf waren. Trouwens, daarvan heb je zelf al jaren geleden gezegd dat je dat je daar helemaal klaar mee was.."
"Ja, maar wat moet ik dan in hemelsnaam..."
"Niet deze treurigheid! Daar ben je ondertussen te oud en te stabiel voor. Jij riep ooit niemand ongerust te willen maken, jij wilde geen persoonlijke shit meer op straat gooien. Doe dat dan ook niet en bespaar je lezers voor acute aanval van slaapziekte.."
"Wat jij wilt..."

Een merel streek neer op het dorre gras
Ik keek vanachter mijn krant vandaan
We knipoogden, hij dapper en ik vertederd
In de verte kwam een trein voorbij
We stoorden ons er geen van beiden aan.

"Ja? Wat is er?"
"Wat er is? Hebben we geen commentaar meer? Ga je me nu vertellen dat je het goed vond?"
"Nou, niks mis mee toch?"
"Niks mis mee? Het was zwaar kut! Dit ben ik niet, dit is geen Suffie! Daar gaat m'n identiteit! Getverdemme, je hebt m'n hele creatieve proces verstoord met je geleuter. En tief nou effe gauw op, voor ik je eruit flikker! Lul!"
"Ik ben al weg..."
"Nou ja, voor vandaag is de sfeer hier toch al verpest. Volgende maand maar weer eens kijken of er nog een stukje inzit..."

Rillen

Maandag 29 Maart 2010 at 08:40 am


Van de week reed ik achter een bestelwagen met het opschrift "Grote maten leggings", gevolgd door een website.

Daar kan ik dan een hele nacht zwetend van wakker liggen....!

Afvraagje (6)

Dinsdag 14 November 2006 at 10:37 pm


Maar nu even serieus: die groene frietjes. Die van haar van Van Moorsel. Met die Shrek-oortjes. Heeft iemand die ??it in een winkel gezien??