Stel je voor...

Woensdag 16 April 2014 at 12:22 pm


Stel, je hebt een seksuele afwijking waarbij je het fijn vindt om je pielemoos in jonge hondjes te steken. Zoiets moet je dus écht niet willen, onze maatschappij is namelijk nog helemaal niet klaar voor deze 'puppy-love'variatie. Jonge hondjes moeten namelijk vertederend, onschuldig en knuffelbaar zijn en niet uitgerekt over straat waggelen.

Als je een beschaafd mens bent hou je er dus je mond over. Je houdt je verre van hondenliefhebbers, zeker als ze pups hebben, neemt genoegen met een beperkt seksleven of zoekt alternatieven in pluche beesten waar je een latex anusje uit de Viashop-catalogus hebt ingenaaid. Soms bezoek je ranzige zaaltjes waarin je met soortgenoten in het diepe donker voor de zoveelste keer '101 dalmatiërs' kijkt en in het uiterste geval trek je jezelf diep in de nacht af voor de etalage van een malafide dierenhandelaar.

Als je dapper bent maak je je afwijking en de acceptatie daarvan bespreekbaar, vertel je aan de maatschappij hoe het is om zo te zijn. Vertel je dat je rustig op straat een hondje kan aaien zonder bijbedoelingen, dat je niet automatisch een paal in je broek krijgt als je een jong herdertje ziet spelen, dat je seksualiteit net zo beheersbaar is als bij een ander, die ook niet iedere vrouw bespringt die hij op straat tegenkomt, dat je je bewust bent van wat je gevoelens in de maatschappij teweeg brengen en dat je daar integer mee probeert om te gaan.

Als je dom bent zet je de maatschappij tegen jezelf en je lotgenoten op door een politieke partij op te richten waarin je opkomt voor je rechten. Dan stel je een partijprogramma op waarin je pleit voor avondopenstelling van kennels en asielen, of het uit het strafrecht halen van seks met dieren. Je vindt dat dieren moeten mogen meespelen in 'hardcore' films en dat puppies ongeregistreerd en anoniem vanuit fokkerijen mogen worden verkocht. Je pleit voor verlaging van de plaatsingsleeftijd van jonge honden van 12 naar 8 weken en eist vrije inzage in de registers van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. En daarna mopper je dat Nederland steeds intoleranter wordt...

En dan gaat het nog maar om puppies...!

Dit stukje dateert uit juni 2006, de eerste keer dat pedopartij ter discussie kwam en even later de pedofielenvereniging 'Martijn' waarover justitie zich deze week uitspreekt. Ik dacht dat het wellicht een goed idee was om nog even aan te halen waarom we zo'n club eigenlijk niet willen. Althans niet in deze vorm...

Cross-branche Formatting

Vrijdag 11 April 2014 at 08:35 am


"Aaahhh... auw!! Opzij..!"
"Ow, wijffie toch, hebben ze je zo te pakken gehad?"
"Ahh.. beesten zijn het. Allemaal! Auwauw.."
"Ah gut, ga maar even liggen hier. Laat eens zien. Mijn god, je bent helemaal rauw...!"
"Auwww.. Het brandt gewoon...!"
"Hier, ik smeer er even wat op... Zal ik anders de volgende ronde even doen?"
"Nee lieffie, jij was gisteren aan de beurt....aaahhhh..!"
"Geeft niet, het gaat wel weer... Kijk eens, een lekker koud kompres!"
"Aaahhh.... ja, da's lekker..."
"Eikels! Hoe kun je zo'n massagesalon als dit nou laten runnen..."
"Aaaahhhh..."
"... door iemand die in z'n vorige tent Onbeperkt Spareribs serveerde..!"

Vandaag is rood...

Woensdag 09 April 2014 at 07:03 am


Bij absolute eerlijkheid behoort het ontbreken van schroom om dingen te bekennen. Dus bij deze: ik val enorm op roodharige vrouwen. Dus niet een beetje omkijken en een wenkbrauw optrekken, maar totale hormonale onbalans. Heeft ze dan ook nog eens een melkblank huidje, geheel of gedeeltelijk bedekt met sproeten, dan houden alleen intensieve meditaties met een per definitie aseksuele focus op Caroline Tensen me nog weg van acute zedendelinquentie.

Je zou verwachten dan zo'n bekentenis ernstige zieleroerselen teweeg zou brengen bij mijn Lief, die wel vage sproetjes heeft maar ook donkerblond haar. Dat valt echter enorm mee, zij heeft gelukkig heel goed door dat mijn relationele stabiliteit echt niet wordt ondermijnd door de eerste de beste genetisch bepaalde pigmentafwijking. In die zin is er meer voor nodig dan een aanval van rauwe lust mijnerzijds om haar van de kook te brengen. Ik ben dan ook een gelukkig mens.

Wat ik zelf dan weer wel bijzonder vind, is dat mijn voorkeur voor een bepaald type een zekere verschuiving kent. Als jonge puber was mijn vrouwelijk ideaalbeeld gebaseerd op het type Farrah Fawcett, dus lang blond haar, een intensief gebronsd velletje, voldoende gebit om een paard in een depressie te jagen en -als eigen additief- de toenmalige jopen van de huidige Conny Breukhoven. Daarna volgde een reeks verschuivingen langs ranke latino's, gewelfde negerinnen, wulpse indo's, voluptueuze mediterraansen en nog een handvol andere fenotypes. Wanneer de eerste roodhaar in zicht kwam is me onduidelijk, wel kan ik me nog herinneren dat de eerste lichamelijke roerselen plaatsvonden bij de zoveelste re-run van 'Little House on the Prairie', en dan met name in de seizoenen dat de hoofdpersonage duidelijk aan vormgeving begon te winnen. Toen ik daarna de gewoonte ontwikkelde om iedere Nicole Kidman-film minstens twee maal achter elkaar geheel uit te kijken, werd het me duidelijk: ik viel op rood.

Op zich geloof ik in de onschuld van het verschijnsel. Los van af en toe een sporadische rode waas heb ik er totaal geen last van. Ik heb er zelfs voor mezelf een theorie over ontwikkeld: mannen ontwikkelen een voorkeur voor een bepaald menstype vanuit een onderbewuste sturing om de meest optimale bloedlijn te ontwikkelen. Als uit deze focus geen daadwerkelijke voortplanting plaatsvindt, verschuift de interesse na verloop van tijd onbewust naar het 'next best' type, totdat uiteindelijk het hele scala aan uiterlijke verschijningsvormen aan de beurt is geweest.

Moeten mijn roodharige lezertjes zich nu zorgen gaan maken? Neen. Zie dit verhaal vooral als een uitleg waarom ik bij ontmoetingen soms wat wazig kijk. Verdere aanstoot is niet nodig, mijn Lief en ik hebben reeds lang geleden besloten dat er geen verdere behoefte bestaat om ons geslacht verder uit te breiden.

Toch zijn er wel dingen waar ik me een beetje zorgen om maak. In de loop van vorig jaar ontwikkelde ik een collegiaal contact met een jongedame wiens gezichtje eruit ziet alsof ze per ongeluk een strijker in een pot menie heeft laten vallen. En ondanks dat haar kapsel eerder ebben dan kastanje is, merk ik dat mijn interne woelingen met betrekking tot dit type ongewoon heftig zijn. Ik moet dan ook tot mijn verbazing constateren dat mijn voorkeurstype niet verschuift, maar zich uitbreidt!

Dat lijkt totaal onschuldig, maar stel je voor dat ik straks bij de aanblik van ieder type vrouw totaal van de leg raak? Dat zou dan nog wel eens een onrustige oude dag voor me kunnen gaan worden!

Gelukkig heb ik dan altijd mijn Lief nog, die niet alleen onvoorwaardelijk van mij houdt, maar die ook nog eens bijzonder handig is met papier, lijm en schaar. Mocht het echt totaal uit de hand dreigen te lopen, dan weet ik zeker dat ze bereid en in staat is om een mooi fotoplakboek van Caroline Tensen voor me te fabriceren.

Retesnel krikken

Zondag 26 Januari 2014 at 6:29 pm


Afgelopen week was ik een beetje verdrietig. Deze keer eens niet vanwege het afscheid van één of ander vaag krikvriendinnetje of dode broer, geen weemoedig emotionele oprispingen over verloren liefdes of opborrelende jeugdtrauma's, maar vanwege het inruilen van mijn retesnelle, Beierse bolide. Mijn retesnele bolide dus, die mij dagelijks retesnel van A naar B reed. En weer terug. Mijn bolide die sinds enige tijd niet alleen retesnel benzine verbruikte, maar ook allerlei andere vloeistoffen die doorgaans worden geacht een stuk langer mee te gaan. Mijn retesnelle Duitse bolide, die in de afgelopen maanden zo vaak bij de garage stond, dat ik niet alleen een bijna broederlijke band met de sleutelende gebroeders ontwikkelde, maar bovendien ook mijn spaartegoed ineens retesnel zag slinken. En dat betekende dat het tijd was om afscheid te nemen.

Vorige week maakten we de overstap naar een bescheiden koetswerk van Franse komaf, misschien niet retesnel, maar wel nieuwer en vermoedelijk ook een stuk betrouwbaarder. Toen mijn lief en ik over het parkeerterrein van de autodealer naar onze nieuwe aanwinst liepen, zag ik hoe de verkoper in onze oude bolide stapte en deze met een stevige ronk van vele paarden achter het hek zette, waarop mij ineens iets schokkends te binnen schoot: wij hadden in deze auto nog nooit seks gehad!

De meeste persoonlijke tradities komen voort uit iets obsessiefs. Bij mij begon het op enig moment waarin ik in mijn oude, gele Toyota'tje over de A9 zoefde en mijn jonge en toen nog beloftevolle leventje voortijdig in de vangrail dreigde te smoren, onder invloed van een intensieve, mondelinge prikkeling, afkomstig van de jongedame naast mij. Ik vermoed zelf dat de enorme verscheidenheid aan hormonen die op dat moment door mijn lijf raasden de kiem legde voor het dwangmatige idee dat de grootheden 'krikken' en 'automobiel' zich niet in combinatie beperkten tot situaties van pneumatisch ongemak.

In eerste instantie ontaarde dit in de dwangneurose om in iedere auto die ik bestuurde minimaal één keer seks te hebben, hetgeen niet alleen op verzet stuitte bij de eigenaren van deze auto's, maar ook bij een nipte meerderheid van de vrouwelijke passagiers die ik in zo'n situatie vroeg mij daarin te faciliteren. Al gauw noopte dit mij mijn dwangmatigheden te beperken. Allereerst tot auto's die daadwerkelijk in mijn bezit waren, maar ook wist mijn lief mij ervan te overuigen dat het beter was voor onze relatie als ik mij in mijn uitspattingen tot haar persoontje zou weten te beperken.

In de tijden daarop leerden we samen om verscheidenheid te vinden in beperkte situaties en onder beperkte omstandigheden. Onze eerste Golf en eerste BMW tartten met hun krappe koetswerk de soepelheid van onze leden, onze Sierra's gaven ons voornamelijk ruimte in het horizontale vlak en de beide Berlingo's boden ons een ruime laadvloer, hetgeen mij er zelfs toe bracht om te onderzoeken of onze door verhuizing nutteloos geworden loveswing misschien in de bevestigingsunits van het bagagenet een tweede leven tegemoet kon zien. In die jaren brachten wij tevens spanning op de klieren van onder meer een argeloos langslopende hondenbezitter, een tamelijk calvinistische, maar gelukkig niet al te snelle boswachter, diverse geamuseerde politieambtenaren, op z'n minst één geschrokken beveiligingsambtenaar (maar vermoedelijk meer, aannemende dat de camerabeelden daadwerkelijk werden opgenomen) en een touringcar vol bejaarden, die gezien het tijdstip van de dag hopelijk al op de terugreis waren van hun magnetische sokken-uitje.

En daar ligt dus mijn verzet, omdat dit alles niet strookt met het feit dat mijn Beierse bolide, die toch bijna vijf jaar in ons bezit is geweest, nooit ons altaar van lichamelijke liefde heeft mogen zijn. In die zin neem ik ook geen genoegen met de verklaring van mijn lief, die stelt dat het comfortabele, maar niet al te ruimtelijke interieur wellicht een onbewuste drempel opwierp voor spieren en gewrichten die in de loop der jaren strammer en stijver zijn geworden dan de voor het uitvoeren van deze traditie geëigende lichaamsdelen.

Van de week ontdekte ik dat ik de noodsleutel van onze oude bolide nog in mijn bezit heb, zo'n plastic ding waarmee je niet kunt wegrijden omdat de chip voor het uitschakelen van de startonderbreker en het alarm ontbreekt, maar waarmee je wel de portieren en de achterklep kunt openen. De eerste uitdaging is nu om te ontdekken welke sukkel onze bolide momenteel in z'n handelsvoorraad heeft staan, want met de gebreken waarmee wij de auto hebben ingeruild kan hij onmogelijk als zijn doorgezet naar een nieuwe eigenaar. Stap twee is een grondige voorverkenning van het bedrijventerrein waar de auto staat: in- en uitvalswegen, vluchtroutes, verlichting, bewoning en verkeer. Dan de aanrijroutes en -tijden van politie en beveiliging, hekcodes en natuurlijk de opslagplaatsen van auto's die nog even niet volledig rijklaar zijn. Dan volgt uiteindelijk stap drie: ons toegang verschaffen tot het terrein, dan tot de auto zelf, waarvan ongetwijfeld het alarm -zo'n beetje het enige wat het nog goed deed- zal afgaan. En dat betekent dat we een snel potje krikken zullen moeten neerzetten. Retesnel zelfs, maar dat lijkt me gezien de aard en reputatie van de auto niet het grootste probleem.

Het heft in handen

Vrijdag 25 Oktober 2013 at 09:45 am


Laat ik het maar even scherp neerzetten: ik ben een stalker. Niet van het type dat dagenlang met een lange regenjas voor je deur staat, hijg-sms'jes stuurt of nepbestellingen doet voor pizza's en dildo's. Ik denk dat de term 'bovengemiddelde fixatie voor voorbije contacten' bij benadering het meest dichtbij komt, 'niet los kunnen laten' maar dan nét even anders.

Even een andere insteek: ik heb met meer vrouwen geen seks gehad dan wel. Een zinloze opmerking uiteraard; er zijn momenteel zo'n 7 miljard mensen, waarvan ongeveer de helft van het vrouwelijke geslacht. Zelfs een beginnetje maken binnen de legale leeftijdscategorie zou zo veel tijd kosten dat de huidige wijze van voortplanten vermoedelijk al gauw door de evolutie zou worden achterhaald. Het mag dus duidelijk zijn dat we hier te maken hebben met een relatief getal, en wel als volgt uitgedrukt: van alle vrouwen die ooit vrijwillig of doelbewust in een positie zijn geweest om met mij tussen de lakens te belanden, heeft de meerderheid de daadwerkelijke gemeenschap niet gehaald. Ik heb het dan niet over mijn ziekelijke fantasieën of over de gevallen waarin de desbetreffende dame mijn initiatieven afdeed met een klap in mijn gezicht, een daverende schaterlach of medelijdende blikken, maar over de gevallen waarin twee daadwerkelijk geslachtsdriftige, jonge mensen door het lot van hun lustbeleving werden beroofd.

Ik denk dan even aan Emma (eigenlijk Els, maar ik wil niet te persoonlijk worden), die ik na een feestje achterop de fiets naar huis zou brengen onder de impliciete afspraak dat ik daarna even bij háár achterop mocht, maar die toen bleek dat mijn fiets gestolen was, instapte bij ene Gerard en anderhalf jaar later zijn eerste kind baarde. Ik denk aan Thea, die de koelte van het pleisterwerk in de centrale hal aan haar blote billen voelde en daar gezien de hitte tamelijk opgetogen op reageerde, tot mijn vader bovenaan de trap verscheen om te vragen of ik nog even de hond uit wilde laten. Ik denk aan het weg zien rijden van de laatste trein, de open brug en de blinde chauffeur van de nachtbus, aan plotsklapse periodes, lege condoomautomaten en verzwikte enkels, aan niet passende deursleutels, stervende accu's en de Maglites van politieagenten, aan harige katten, verkeerd vallende drankjes en ziek thuiskomende huisgenotes. Ik denk aan het lot, dat mij vele momenten schonk, maar mij wellicht nog meer momenten afnam.

Ik denk aan het gebrek aan zelfbeschikking in deze momenten, aan het lot dat mij deze kansen ontnam zonder enige mogelijkheid daar zelf iets over te beslissen. En aan de nog steeds toenemende onvrede over wat ik heb misgelopen, en aan de groeiende drang om daar mee af te rekenen.

Mijn strategie is rond, de eerste stappen zijn gezet. Via sociale media als Facebook, Hyves en LinkedIn, spoor ik de betreffende dames, waarvan ik de meeste al vele jaren niet meer gezien heb, op en herstel het contact. Voorzichtig zal ik de banden aanhalen en toewerken naar een daadwerkelijke ontmoeting. Daarna zal ik ze in een situatie positioneren waarin geen andere mogelijkheid bestaat dan het alsnog hebben van geslachtsgemeenschap. En dan, op het moment dat twee zielen op het punt staan alsnog te versmelten, zal ik vriendelijk, maar vastberaden beslissen dat er geen seksueel contact zal plaatsvinden. Daarna zal een afscheid volgen, al of niet gevolgd door onvriending, en het zal goed zijn.

Uiteindelijk zal er dus niets veranderen. Er zullen geen kerfjes in mijn deurpost worden bijgesneden, of plukjes in mijn dagboek worden bijgeplakt, want daar ging het niet om. Maar deze keer zal het steeds mijn eigen beslissing zijn geweest en niet hebben afgehangen van één of ander grillig lot. Ik zal mijn frustraties over gemiste kansen afwerpen en uiteindelijk verder leven met de wetenschap dat ik het lot heb overwonnen en mijn leven heb teruggepakt.

Pas daarna zal ik de kracht hebben om mij te buigen over mijn volgende zwakte: het feit dat veel vrouwen mij veel te vaak weten te overtuigen om zelfs mijn meest vastberaden beslissingen te herzien.

Maar dat is van latere zorg...

Het gewicht van vertrouwen

Dinsdag 20 December 2011 at 12:39 pm


Onlangs las ik ergens iets over een onderzoek, waarvan de uitkomst mij wel raakte: Als mensen zonder aanwijsbare medische noodzaak plotseling aan hun conditie gaan werken en afvallen is dat vaak een indicatie dat zij op het punt staan een nieuwe of buitenechtelijke relatie aan te gaan. Dat is natuurlijk geen hogere wiskunde, wie een nieuw kippetje of haantje aan de haak slaat zal wel eerst zijn marktwaarde op niveau moeten brengen om de kans van slagen te optimaliseren.

Relatietechnisch gesproken raakt deze wetenschap mij niet echt. De laatste keer dat ik toestond dat een vreemde vrouw haar buitenechtelijke, koude voeten onder de lakens in mijn rug zette is al weer even geleden en de neiging om daar nog eens aan toe te geven onbreekt momenteel volledig. Wel onrustgevend is dat deze onthulling ongeveer samenviel met een aardig gesprek dat ik had met mijn huisarts, over wat wij voor het gemak maar even de Wet van Behoud van Mij noemden: Als je een persoon uitdrukt in de constante P, dan is P het product van de vectoren in een vierdimensionaal assenstelsel X,Y,Z en T. Het verlengen van de vector T (tijd) is slechts mogelijk door de coördinaten X en Y dichter bij het nulpunt te brengen, er van uitgaande dat de coördinaat Z na het bereiken van de volwassenheid min of meer als onveranderlijk moet worden beschouwd. Praktisch gesproken: mijn levensverwachting zou gunstig worden beïnvloed als ik serieus werk zou gaan maken van het verminderen van mijn breedte- en dieptewaarden, hetgeen natuurkundig gezien een fikse afname zou moeten betekenen van de huidige hoeveelheid Suffie (voor de moeilijk lezenden onder ons: als je je kind nog volwassen wilt zien worden, moet je nu gaan afvallen, vetklep!).

Die exercitie is nu uiteraard voorlopig even van de baan. Mijn Lief is niet mediavreemd en zal onvermijdelijk haar conclusies trekken, ook al zit daar nog zo'n mooie medische onderbouwing in. En als ik nou ergens niet op zit te wachten is het een vrouw die vanwege de overlevingsdrang van haar echtgenoot al of niet ten onrechte twijfel heeft over de de integriteit van onze huwelijksgelofte.

We hebben het goed, Mijn Lief en ik, maar hebben wel degelijk mindere tijden gekend. Tijden die werden beheerst door zowel interne als externe invloeden, maar waar we allebei beter uit zijn gekomen. Ik zie dat ook aan haar, zoals ze in de afgelopen maanden is opgebloeid, kleur heeft gekregen en het leven weer is gaan zien als één groot feest. Ze stapt weer met vriendinnen, gaat vol enthousiasme naar haar werk en ziet er weer blozender, gelukkiger, jeugdiger, sexier en strakker uit als ooit tevoren...

Slanker ook, lijkt wel...

Jenna en de afnemende kans op genezing

Vrijdag 25 Maart 2011 at 09:17 am


In het RTL-5 programma "Dames in de Dop" bekent de 19-jarige Jenna dat ze zich ooit door twee mannen tegelijk heeft laten nemen. Echt fijn vond ze dat niet. "Dat achterste gaatje is een uitgang en geen ingang", aldus een moeilijk kijkende Jenna.

Mazzel nog dat het programmaconcept "Internistes in de Dop" het nooit heeft gehaald. Dat had absoluut het einde van de zetpil betekend...

Een blik op de binnenzijde

Donderdag 11 Maart 2010 at 07:58 am


Enkele weken geleden deed mijn zoon een opmerkelijke aanschaf: de DVD van de film "Mamma Mia", met onder meer Colin Firth, Pierce Brosnan en Meryl Streep. En wat meer is: met de muziek van Abba. Misschien wel net zo opmerkelijk is dat ik de film, als fervent ABBA-bewonderaar, nog niet heb gezien en ook vermoedelijk niet eens ga bekijken.

Mijn fascinatie voor het Zweedse viertal stamt uit de tijd dat ik ergens in een vunzig boekje een foto tegen kwam van zangeres Anni-Frid Lyngstad, in een pose die menig aankomend gyneacoloog in die tijd extra studiepunten moet hebben opgeleverd. In de daaropvolgende fase van basale puberale geslachtsdrift raakte ik dusdanig de weg kwijt dat ik me in de muziek van de beide dames ging verdiepen en toen de ergste testosteron-rush begon weg te ebben had ik voldoende muzikaal inzicht in het verschijnsel ABBA verworven om het succes aan de hand van technische criteria te verklaren.

Het grootste gedeelte van het ABBA-repetoire bestaat uit makkelijk in het gehoor liggende, aanstekelijke Middle-Of-The-Road niemendalletjes die op zich weinig verschillen van wat er in de jaren 70 en 80 aan commerciële meuk geproduceerd werd. De kracht van ABBA lag echter niet zo zeer in de kwaliteit van de deuntjes, maar in de wijze van arrangeren en produceren. Ulvaeus en Andersson ontwikkelden namelijk in de studio een wijze van kommaneuken die resulteerde in multigelaagde en zeer gedetailleerde orkestraties, maar ook in tot in de puntjes verzorgde opnames. Kenmerkend was bijvoorbeeld de truc om de zangpartijen niet "bovenop" de begeleiding te leggen, maar ze qua niveau ongeveer gelijk te trekken met de andere partijen, waardoor niet zo zeer het deuntje, maar het totaalgeluid belangrijk werd; geen liedje plus begeleiding dus, maar een totale compositie waarin de zang wel leidend, maar zeker niet het belangrijkste onderdeel was.

Maar goed, zo ging dat dus met mij. De dames van Abba paaiden mij op non-verbaal niveau, de heren wisten vervolgens mijn interesse voor muziekopnames en -producties op te wekken en zetten mij en passant ook nog eens op het spoor van andere grootheden als Phil Spector, Alan Parson, Steve Lilywhite en Trevor Horn, zomaar wat mensen die behoorlijk bepalend zijn geweest voor hoe muziek in de afgelopen decennia heeft geklonken.

Terug naar 'Mamma Mia'. Daar kan ik kort over zijn: de Abba-magie ontbreekt hier geheel. De liedjes zijn duidelijk ondergeschikt gemaakt aan het geheel, de zang is gemixt op verstaanbaarheid en de zangers zijn weliswaar acteurs die een leuke partij kunnen zingen, maar geen zangers. Wat overblijft is een vrolijke familiefilm vol makkelijk in het gehoor liggende, aanstekelijke Middle-Of-The-Road niemendalletjes die op zich weinig verschillen van wat er in de jaren 70 en 80 aan commerciële meuk geproduceerd werd. En volgens mij had ik al laten doorschemeren daar ik dáár niet op zat te wachten. Daar helpt zelfs een blik op de interne huishouding van Meryl Streep me niet van af...