Leeg

Zes reacties

De mens heeft niet het exclusieve alleenrecht op de ziel, die deelt hij met zijn omgeving. Met zijn huis bijvoorbeeld, dat na jaren bewoning doortrokken wordt met de essentie van zijn bewoners. De muren ademen hun geur, de stenen absorberen hun ziel en uiteindelijk zal het huis zijn eigen leven hebben met een ritme dat gelijk is aan dat van de mensen die hun leven binnen zijn beschutting voorbij zien glijden.

Een verlaten huis zal langzaam zijn ziel verliezen, de geur en de onstoffelijke aanwezigheid van zijn bewoners kwijtraken en uiteindelijk terugvallen in de puur stoffelijke staat waarin hij zich bevond voordat hij bewoond werd. Langzaam maar zeker zal hij in een staat van eeuwig sterven geraken, maar zonder ooit echt dood te gaan. Want dat kunnen huizen nu eenmaal niet.

In die staat trof ik mijn oude woning aan. Doodstil, verkild en zonder de hartstochtelijke en zinnelijke geest die er tijdens ons verblijf rondwaarde. Alsof de herfst er was gestorven. Vorige week, was het. Ik was in de buurt en moest er langs omdat me iets stoffelijks dwars zat, iets waar ik me van moest ontdoen en wat niet kon wachten tot ik andere, meer ge?igende plaatsen had bereikt.

Ik doolde door de kamers, ruimtes waarin zelfs de herinneringen waren verstild. Zelfs in de slaapkamer leek de echo van leven en harstocht die altijd bijna hoorbaar aanwezig was geweest, bevroren in de tijd. Ik trok mij terug in de meest benauwende ruimte en ontdeed mij van mijn last. En toen dit achter mij was en ik verlicht en voldaan opnieuw door het huis liep, voelde ik voorzichtig wat warmte en leven terugkeren, alsof het huis mijn geur en mijn ziel opnieuw opsnoof en door zijn betonnen aderen liet stromen. Ik was herkend en werd omarmd als een oude bekende, werd ??n met mijn vertrouwde omgeving. En ik voelde mijn essentie opnieuw door het huis trekken en diep in de poreuze wanden van het zandbeton verdwijnen.

Met een gevoel van opluchting en hervonden geluk liep ik door de woonkamer terug naar de voordeur. Twee dode bladeren vielen knisperend uit een reeds lang gestorven kamerplant.

Maar in mij keerde de lente terug.

Door Suffie

Dinsdag 01 Februari 2005 te 10:25 am

Geplaatst in Mooi & Warm

zes reacties

  1. Je moest zeker heeeeeeeeeel nodig plassen.

    Si

    Si

    01-02-’05 15:15

  1. Mooi verhaal!!!

    Berta

    Berta

    (URL)

    01-02-’05 23:22

  1. Ja, is allemaal leuk en aardig, maar wat is er nu met Marti aan de hand?

    René

    René

    02-02-’05 00:37

  1. Si: bijna goed Ren?: met Marti niets..!

    Suffie

    Suffie

    (E-mail ) (URL)

    02-02-’05 09:10

  1. Mooi geschreven zeg!

    karin

    karin

    (URL)

    02-02-’05 12:49

  1. Weemoed overvalt mij terstond.

    paul

    paul

    (E-mail ) (URL)

    02-02-’05 21:22

Leave a Reply

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Deze stupide vraag is geen belediging voor uw intelligentie en u kunt ook niets winnen. Wel houd ik hiermee spammers buiten de deur, die meestal uit de Oekraïne of Roemenië komen en doorgaans nog nooit van Jantje Smit hebben geoord.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.