Herrijzenis

Geen reacties

Ergens in het binnenste van de incubator klikte een relais en de cel kwam tot leven. Schermpjes lichtten op en vertoonden gegevens over vitale functies van het roze wezen binnenin. Het lichaam van het wezen rilde en veroorzaakte golven in de dikke, voedende vloeistof die het omringde. Via de wetwareaansluiting op het zenuwstelsel van het wezen ontwikkelde zich een constante datastroom. Razendsnel prentte de computer ervaringen en instincten in de op dat moment nog blanco ziel van het wezen. Robotarmen begonnen de spieren van het wezen te masseren en trokken de slangen die waren aangesloten op zijn vitale organen, voorzichtig los. Op dat moment barstte de cel open en in een explosie van vloeistof rolde het wezen uit de incubator op de koude grond. Rillend bleef het enkele seconden liggen, terwijl de inmiddels troebel geworden vloeistof langzaam uitvloeide en wegliep via de afvoersleuven langs de gladde wanden.

Het wezen hoestte, gaf een golf troebele vloeistof op en begon te ademen, eerst voorzichtig en aarzelend en daarna steeds krachtiger en regelmatiger. Longen die nog nooit hadden geademd, zogen de zware lucht in de ruimte op. Ogen die nog nooit hadden gezien, namen de beelden om hen heen op en vertaalden ze naar voor het wezen vertrouwde begrippen. Met spieren die nog nooit hadden bewogen, stond het wezen soepel en getraind op. Een membraan in de wand opende en het wezen liep met krachtige pas naar een volgend vertrek. Robotarmen wasten het wezen, droogden het af en voorzagen het wezen van kleding. In een spiegelwand bestudeerde het wezen zijn nooit eerder geziene beeltenis en toonde zichzelf vervolgens een vertrouwde glimlach. Het wezen reageerde volledig en perfect op de even daarvoor ge?nstalleerde inprentingen en ervaringen en het voelde zich vertrouwd en op zijn gemak in deze fysiek volledig nieuwe omgeving.

Zelfbewust en vol vertrouwen stapte het wezen in de dimensionele poort die zich voor hem opende. Hij stond in een drukke winkelstraat. Niemand keek naar hem, niemand was zich bewust van hem. Mannen, vrouwen en kinderen liepen langs hem heen alsof hij niet bestond. Hij genoot van het beeld, het geluid, de frisse lucht die hij nog nooit had ingeademd, maar die hij zo goed kende. Hij keek naar zijn zich, weerspiegeld in de etalageruit van een sjieke kledingzaak, en hij lachte, breed en vol.

"Ik ben Suffie", zei het wezen, tegen niemand in het bijzonder. Niemand hoorde het.



Maar de wereld veranderde....

Door Suffie

Maandag 05 Augustus 2002 te 11:55 am

Geplaatst in Het leven

Geen reacties

Leave a Reply

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Deze stupide vraag is geen belediging voor uw intelligentie en u kunt ook niets winnen. Wel houd ik hiermee spammers buiten de deur, die meestal uit de Oekraïne of Roemenië komen en doorgaans nog nooit van Jantje Smit hebben geoord.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.