Stof tot nadenken

Geen reacties

Met een klap zet Kleine Suffie zijn lege koffiemok op tafel en kijkt me met zijn grote, bruine kijkers nadenkend aan. "Papa", vraagt hij me, "wanneer was jij vroeger het gelukkigst?"

Oei, denk ik, dat is een goeie! Daar moet ik even over nadenken. Het lijkt me ongeloofwaardig om weer te refereren aan het moment waarop Kleine Suffie in ons leven kwam. Dat hoort hij al zo vaak, en bovendien is het duidelijk dat hij uit is op een nieuw en spannend verhaal. En dus denk ik na. "jongen", begin ik, "weet je nog dat we een jaar of drie geleden met z'n twee?n op een strandje zaten in Itali?? En dat we samen, zittend aan de waterkant, stenen over het water keilden?" Hij weet het nog. Aangemoedigd door zijn bevestiging ga ik verder: "Toen ik nog jong was, kwam ik ook op dat zelfde strandje. Soms zat ik alleen tot zonsondergang aan de waterkant en keilde stenen in het water. En ondertussen dacht ik na, fantaseerde ik over alles en nog wat en waande me de koning in mijn eigen paradijs terwijl de mooiste meisjes in bikini langs me door het water waadden. In die tijd voelde ik me vaak de gelukkigste jongen op aarde."

Kleine Suffie kijkt me aan, het verhaal lijkt hem te bevallen en hij zoekt duidelijk naar een vervolg. "En papa, wanneer was je het ongelukkigst?" Daar kon ik natuurlijk op wachten, maar toch schrik ik van die vraag. Wat moet ik hem in godsnaam vertellen? Keuze genoeg, denk ik bij mezelf, want ik heb mijn portie meer dan gehad. In de jaren achter mij verloor ik ouders, geliefde, kind en vrienden. Ik worstelde met onmogelijke en ongelukkige liefdes, verloor mijn hart en liet het vertrappen, en zag door ziekte een groot deel van mijn jeugd in rook opgaan. Maar mijn god, moet ik hem daarmee lastig vallen? Zo jong als hij is?

Kleine Suffie voelt mijn aarzeling feilloos aan. Bovendien duurt het hem duidelijk te lang. "Weet je, papa" gaat hij verder, "ik weet wanneer mama het ongelukkigst was." Daar schrik ik van, want ook Suffinnetje heeft in de loop der jaren voldoende meegemaakt om een permanente depressie te rechtvaardigen. En het lijkt me niet prettig dat deze belevenissen spelen in het hoofd van een achtjarige, zeker niet omdat Kleine Suffie zelf het nodige aan traumatische ervaringen in zijn korte leventje te verwerken heeft gehad. "Wat dan?" vraag ik. "Nou, makkelijk" zegt hij met een blik vol wijsheid, "toen haar bromfiets werd gestolen." Hij kijkt me aan, triomfantelijk, verwachtingsvol. Het is mijn beurt...

Maar gelukkig heb ik een keuze. Gelukkig neemt Kleine Suffie genoegen met mini-drama's die zijn eigen bevattingsvermogen niet te boven gaan en die uitstekend in zijn nog kleine belevingswereld passen. Ik trek een treurig gezicht. "Weet je dat ik vroeger een hond heb gehad?" vraag ik. Hij knikt, want dat heb ik wel eens verteld. "Toen die dood ging, was ik heel ongelukkig" zeg ik zachtjes.

Kleine Suffie kijkt me vol medelijden aan en legt zachtjes een hand op de mijne. Ik haal een hand door zijn weerbarstige krullenbol en geef hem een kus op zijn voorhoofd. Later, bedenk ik mij, is het vroeg genoeg voor de verhalen uit het echte leven...

Door Suffie

Vrijdag 04 April 2003 te 6:07 pm

Geplaatst in Vroegâh

Geen reacties

Leave a Reply

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Deze stupide vraag is geen belediging voor uw intelligentie en u kunt ook niets winnen. Wel houd ik hiermee spammers buiten de deur, die meestal uit de Oekraïne of Roemenië komen en doorgaans nog nooit van Jantje Smit hebben geoord.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.